Ethiopië - Danakil Depression

Verdwaald op de vulkaan Erta Ale

Ethiopië - Mursi-stamOEthiopië - Lalibelaver Ethiopië zijn de meningen sterk verdeeld; je houdt ervan of je haat het. Een tussenweg is er blijkbaar niet. Na vier weken kan ik uit eigen ervaring spreken; Ethiopië is een uitermate fascinerend land. Met ongelofelijk mooie momenten als het bezoek aan de authentieke markten van de Hamar- en Banna stammen in de Omo vallei, de dienst rond de prachtige rotskerk van Lalibela op St. George Day en het aanschouwen van een begrafenis.

Maar ook met minder fijne momenten, zoals de volhardende bedelcultuur waarbij men het liefst spullen uit je auto trekt waarvan men vindt dat die hen toebehoort en het zinnetje “youyouyouyou… give me money!” wat ons dagelijks door tientallen kinderen wordt toegeschreeuwd. Ook de dag dat ik een aantal keren geslagen wordt door leden van de agressieve Mursi-stam staat niet op mijn highlight-lijstje.
En dan, bijna aan het einde van onze trip door Ethiopië, bezoeken we Danakil Depression en Erta Ale; ‘de heetste plek op aarde’. Deze tocht blijkt een combinatie te worden van zowel hoogte- als dieptepunten. Ethiopië; het land van intense ervaringen.

Expeditie

Ethiopië; auto gevuld voor Erte AleMet Ethiopië op weg naar vulkaan Erta Ale kriebels in m’n buik gooi ik de achterdeur van de auto dicht. Het gangpad is gevuld met het allerbelangrijkste ingrediënt bij een bezoek aan een onherbergzaam woestijngebied: vele flessen water. Wat staat ons te wachten?
Onze tijdelijke reisgenoten en overlanders Simon en Remo, zijn er ook klaar voor. Deze expeditie -want zo voelt het- is bijzonder, maar wij maken hem uniek door beiden met onze eigen auto dit gebied te bezoeken. Een derde auto is voor de gids, de twee motorrijders Elliot en Charley en een zooitje militairen die we hier en daar blijkbaar nodig hebben. Want naast een afgelegen gebied grenst het ook nog eens aan Eritrea en in 2012 hebben rebellen hier een aantal toeristen omgebracht. Dus wordt er geen enkel risico meer genomen.

Einde bewoonde wereld

Ethiopië op weg naar vulkaan Erta Ale We starten in het koele Mekele op 2000 meter hoogte en zakken langzaam af. Het landschap transformeert daarmee ook van groene bergen naar schubbige rotsheuvels, terwijl de temperatuur oploopt. De Afar-bevolking leeft in dit taaie gebied en we eindigen onze dag in de nederzetting Hamed Ela, wat bestaat uit hutjes van boomtakken en gevlochten matten als daken. Het voelt als het einde van een enigszins bewoonde wereld; hierna zie ik niets anders dan een eindeloze zoutvlakte. Met behulp van lange kameel-karavanen wordt hier zout gewonnen, maar nu is het angstvallig rustig. De productie ligt in deze tijd van het jaar stil; het is te heet. Juist ja. Wat doen wij hier dan?!

We zitten inmiddels al op 50 meter onder zeeniveau en dat is te merken ook; het is nog steeds heet, al is de middag al ten einde. Liters water heb ik al naar binnen gegoten, maar ik blijf een droge mond houden. Ik tuur in de verte; de lucht is troebel, de wind trekt aan. Er is een zandstorm in aantocht. Niet lang daarna trekt de wind aan mijn kleren en striemt het zand in mijn gezicht; het desolate gevoel is compleet.

Het koelt niet af en het blijft ’s-nachts rond de veertig graden. Niet echt een fijn temperatuurtje als je probeert te slapen. Als de wind ook nog eens gaat liggen, hangt de warmte als een dikke deken om me heen. Bewegen doe ik alleen om een slok water te nemen; ik blijf de hele nacht drinken.

Andere planeet

Ethiopië zoutvlakte bij Erta Ale Ethiopië vlakbij Erta Ale In de vroege ochtend trotseren we met de auto de eindeloze zoutvlakte en lopen over poreuze lavastenen die kraken als verse sneeuw -in deze extreme hitte ga je op zoek naar verkoelende vergelijkingen- om uit te komen bij een veld van geel-groen-wit en helblauwe kleuren. Overal torentjes met borrelend water. Okerkleurige bobbeltjesplateau’s. Ben ik aangekomen op een andere planeet? Of toch door de hitte bevangen? Het landschap is zo bizar dat ik het nauwelijks kan bevatten. De wind staat verkeerd en de zwaveldampen slaat in mijn gezicht; ik kan ineens geen adem meer halen. Mijn reisgenoten ondergaan hetzelfde en iedereen loopt hoestend en proestend zo snel mogelijk de andere kant op. Lekker giftig spul.

Deze planeet heeft nog meer in petto; meertjes, gevuld met een olieachtige substantie (dat klinkt heel vaag, maar dat is het ook in een landschap dat nauwelijks te beschrijven is). Niet alleen de meren borrelen, ook het laagje onder mijn voeten voel en hoor ik; de aarde leeft!

Water, water…

De GPS toont 123 meter onder zeeniveau op het scherm en het kwik wijst onverbiddelijk boven de 50 graden Celsius. Ik drink meer dan ik ooit in mijn leven gedaan heb. Voor Jeroen geldt hetzelfde. Het water in een fles warmt snel op en is bijna te heet om zo te drinken. Ik kan er met gemak een theezakje in hangen. Maar koud of warm, het maakt niets uit; het is vocht en dat is waar ons lichaam continu behoefte aan heeft. Mijn lichaam beperkt zich inmiddels tot deze behoefte; voedsel hou ik niet meer binnen.

Geen levende ziel

De volgende dag rijden we door een ander onwerkelijk landschap; woestijn bedekt met grote, zwarte plakken gestold lava. Zelfs de taaie Afar heeft dit gebied blijkbaar als onbewoonbaar verklaard, want er is geen levende ziel meer te bekennen. Op één plek na dan; het militaire kamp ergens in the middle of nowhere, waar we tien militairen inladen voor onze trip naar de vulkaantop.

Onze Landcruiser baant zich een weg door het diepe poederzand van de woestijn. Grote stofwolken waaien op, waardoor de hele auto inclusief wijzelf onder een dikke laag zand worden bedekt. Vervolgens rijdt Jeroen de komende kilometers behoedzaam over schuivende lavastenen. Best stoer dat we hier zelf rijden! De verschroeiend hete wind strijkt pijnlijk langs mijn armen. Ik probeer het te negeren.

Vlak voor het basiskamp stappen de militairen uit en inspecteren het kamp. Geen rebellen aangetroffen, dus we krijgen groen licht om door te rijden. Een paar simpele hutjes geven ons de gelegenheid om de brandende zon te ontvluchten. Zodra het donker en dus koeler wordt, beginnen we aan de tocht naar de top van de vulkaan. Jeroen en ik doen dat op de rug van een kameel; een passende ervaring in deze omgeving en onze conditie is op z’n zachtst gezegd ook niet alles meer na bijna twee jaar reizen. Bovendien voel ik me nog steeds niet lekker. De anderen gaan lopen. Ook Remo wil per sé lopen, terwijl hij al vanaf het begin van deze trip ziek is. Op dat moment realiseert niemand zich dat deze beslissing grote consequenties zal hebben voor het verloop van de tocht…

Vervoerswissel

Ethiopië op kameel naar Erta Ale Het is even wennen om zo hoog op een kameel te zitten. Of eigenlijk dromedaris, aangezien het beest over één bult beschikt. Maar hier kijkt men niet zo nauw en mag hij onder de noemer kameel door het leven. Ik probeer rustig mee te bewegen, maar voel mijn met moeite naar binnen gewerkte salade naar boven komen. Gelukkig ben ik op tijd van het dier af om mijn diner tussen een van de weinig aanwezige bosjes te deponeren.
De maan werpt een blauwachtig licht op dit onwerkelijke landschap, zodat we de bizarre lavaplakken nog enigszins kunnen onderscheiden.

Zorgelijke situatie

Met Remo gaat het inmiddels beduidend minder goed, al blijft hij roepen; “I’m fine”. Steeds vaker moeten we stoppen. Het is duidelijk dat hij weinig energie heeft, hij blijft overgeven en ziet eruit als een vaatdoek. Pas na vele kilometers geeft hij dan toch toe en klimt op Jeroen zijn kameel. Jeroen en ik gaan samen op één kameel, maar dat voelt vanwege het oneffen pad weinig stabiel en vallen is hier geen optie. Want we zijn ver, heel ver van de bewoonde wereld. Dus gaat Jeroen alsnog lopen.

Remo ligt languit hijgend en kreunend op het lava. Dit gaat niet goed. Simon maakt zich grote zorgen en komt even met ons overleggen; hij lijkt koorts te hebben, hij ijlt soms. Het begint een onverantwoorde situatie te worden. Onze gids probeert Remo wanhopig weer op de been te krijgen; “Kom op, nog maar een klein stukje, je kunt het!” Maar Remo kan helemaal niets meer; hij heeft het uiterste van zijn lijf geëist en is volledig van de kaart. Wat nu?
Een derde kameel draagt water en matrassen, aangezien we een deel van de nacht op de top van de vulkaan doorbrengen. We leggen Remo op een matras en Simon maakt onze gids duidelijk dat hij echt niet meer verder kan. Vanwege de veiligheidssituatie moeten we als groep bij elkaar blijven. Dat betekent dat we hier moeten wachten in de hoop dat rust en toedienen van vocht de gezondheidssituatie van Remo verbetert. Maar wat als dat niet gebeurt en zijn situatie verslechtert? We bespreken met de gids de opties. Een extra kameel regelen is niet mogelijk, deze komt van ver. Bovendien is er hier geen telefonisch bereik. Wat een geluk dat wij kamelen hebben gehuurd, anders kun je niets beginnen. De ‘bagagekameel’ heeft geen houvast, waardoor je er niet op mag zitten. Een aantal militairen zijn al in het kamp op de top van de vulkaan, zij beschikken over een radio. Kunnen we dan in ‘worst case scenario’ medische hulp in de vorm van een helikopter inroepen? Onze gids denkt van wel, maar weet het niet zeker. Hij weet na lang aandringen de militairen ervan te overtuigen om te splitsen; zij blijven bij Remo en wij gaan verder naar de top. De oranje gloed van de actieve lava is al goed zichtbaar en dat was tenslotte het doel van deze tocht; de actieve lava live aanschouwen! Nu kan de rest van de groep dat in ieder geval nog meemaken en tevens de militairen met radio bereiken.

Schuivend lava, diepe gaten

Ik vraag aan de gids of we nu nog wel iemand bij ons hebben die de weg goed weet. Na een bevestigend antwoord gaan we op weg. Het verontrustende geluid van schuivend lava hoor ik steeds vaker. De kamelen lijken zo nu en dan uit te glijden, wat vanuit de hoogte geen geruststellend gevoel geeft. Gaat dit wel goed? Het gaat ook tergend langzaam en uiteindelijk moeten we afstappen. Lopen valt me zwaar; dagen van weinig slaap en geen eten binnen houden eisen zijn tol. Ik moet alle zeilen bijzetten om nog ergens de kracht vandaan te halen om over de stukken lava te klauteren. Aangezien Jeroen en ik er niet op gerekend hebben om te moeten lopen, hebben we geen wandelschoenen aan. Onze blote voeten in sandalen vormen geen geweldige combi met de scherpe lava. Ook zonder zaklamp zijn we afhankelijk van onze reisgenoten met licht. Het is verraderlijk terrein met schuivende stukken en diepe gaten, waar je zo half in kunt verdwijnen of op z’n minst iets kunt breken.

Verdwaald

Ethiopië op kameer naar Erta Ale Nu ik meer van mijn lijf vraag, moet ik regelmatig overgeven. Al komt er totaal niets uit. Een paar slokjes water brengt de boel steeds tot bedaren en dan kan ik weer verder. Maar de top lijkt maar niet dichterbij te komen. En dan blijkt waarom; onze enige begeleider is de 10-jarige kamelenjongen en hij is de weg kwijt. Samen met onze gids loopt hij vooruit om het juiste pad te vinden. De militair die het beste de weg weet, is bij Remo achtergebleven. Iedereen zakt vermoeid op een stuk lava neer. “Het is mijn schuld”, zegt Charley met een trilling in zijn stem; “Ik ben een stukje vooruit gelopen en misschien is hij mij gewoon gevolgd”. Met z’n allen ontkrachten we zijn zelfverwijt. De jongen zou de weg perfect weten, dus dat heeft helemaal niets met Charley te maken. Daar zitten we dan, midden op een actieve vulkaan, verdwaald. De oranje gloed prachtig in beeld; zo dichtbij maar ook zo ver weg. Eén reisgenoot gevloerd ergens in het donker, die er misschien slecht aan toe is. De koele uren, die langzaam wegtikken. Wat een puinhoop….

De gids probeert ons bij elkaar te houden, maar Simon en Elliot willen graag een weg naar boven vinden. Maar er is maar één weg mogelijk, waarschuwt de gids. Toch glipt Elliot ertussen uit. Niet veel later horen we hem roepen; “Ik zie de lava, gaaf man, we zijn dichtbij!” Pas later horen we dat hij echt aan de rand heeft gestaan; een levensgevaarlijke situatie aangezien hij er zo in had kunnen donderen. Bovendien verwachten de militairen niemand van die kant en is er een geweer op hem gericht. De lavagloed gaf voldoende licht om zichtbaar te maken dat ‘ie geen rebel uit Eritrea was en dus niet werd neergeschoten. Lichtpuntje is wel dat de militairen nu doordrongen zijn van onze aanwezigheid en ons naar boven begeleiden.

Moe, misselijk en leeg

Gehaald! Of toch niet? De moed zakt me in de schoenen; ik zie nog een steil pad naar beneden en een heel lavaveld wat overgestoken moet worden. Ik ben intens moe, misselijk en leeg, misschien houdt het hier wel voor mij op. Maar de gids trekt me mee en hij heeft gelijk; ik ben al zo ver gekomen.

TOP!

Ethiopië aan de top van Erta Ale Ethiopië aan de top van Erta Ale Ethiopië aan de top van Erta Ale En dan, eindelijk, diep in de nacht, sta ik op maar tien meter afstand van iets wat ik tot nu toe alleen nog maar op televisie heb gezien. Ik laat het tafereel tot me doordringen; een donkere, dikke, bewegende massa, onderbroken door feloranje aders. “Wauw!” is het enige wat ik nog kan uitbrengen. Van Jeroen z’n kant hoor ik iets van dezelfde strekking.
Ik ben uitgeput en kan nauwelijks nog op mijn benen staan. Maar ik dwing mezelf er bewust van te zijn dat dit een uniek moment is; ik sta gewoon aan de kraterrand van een actieve vulkaan!
Een stuk verderop begint de zwarte massa te borrelen; dikke bellen die uiteindelijk open scheuren en stukken feloranje lava omhoog doen spatten. Het wordt steeds heviger en het is nu een oranje massa die omhoog gestuwd wordt; een onbeschrijfelijk schouwspel. Als het lava vlak voor ons begint te borrelen, slaat de hitte in ons gezicht en moeten we achteruit.

Stijfkoppige ezels

We kijken een klein uur naar dit natuurwonder en dan beginnen we aan de terugtocht. Normaal gesproken arriveer je hier rond tien uur ’s-avonds, kijk je zo’n twee uurtjes naar dit schouwspel en gaat dan slapen tot half 5 in de ochtend, waarna je aan de terugtocht begint. Voor ons geen tijd om te rusten; we gaan terug naar Remo. Met de militairen gaan we op pad. En dan ontvouwt zich ineens hetzelfde tafereel als op de heenweg. Je gaat me toch niet vertellen dat… zijn we nu weer de weg kwijt? Ik kan het niet geloven en laat mijn hoofd in mijn handen zakken. Houdt deze helse tocht dan nooit op?! De militairen houden het voor gezien, gaan zitten en steken doodleuk een sigaretje op. Hallo, we willen zo snel mogelijk terug naar onze zieke reisgenoot! Maar het zijn net stijfkoppige ezels; geen beweging in te krijgen. Het wordt niet helemaal duidelijk of ze de weg niet weten of dat ze geen zin hebben om in het donker te lopen. Feit is dat een soort paadje bij daglicht zichtbaar wordt en we eindelijk verder kunnen. Charley is zo slim geweest om het punt waar we Remo hebben achtergelaten in zijn GPS te zetten, zodat we hem in ieder geval kunnen terug vinden. Maar zijn batterij is bijna leeg, dus het blijft spannend.

Gelukkig treffen we Remo in een iets betere toestand aan, al is alle overtuigingskracht nodig om hem overeind te krijgen. Maar hij móet. We moeten zo snel mogelijk verder, voordat de genadeloze hitte ons in de problemen gaat brengen; we hebben dan niet voldoende water meer.
Remo moet wel op een kameel en dus is Jeroen genoodzaakt het hele stuk te lopen.

Al 36 uur in touw

Ethiopië op de terugweg van Erta Ale onder militaire begeleidingVanaf de hoogte van de kameel en bij daglicht zie ik het intimiderende landschap om me heen; een grote, diepzwarte, heuvelachtige lavavlakte, zover het oog reikt. We zijn nietige stipjes, kwetsbaar in dit onverbiddelijke landschap. Laten we alsjeblieft op tijd terug zijn bij de auto, anders wordt het echt een hele vervelende situatie.
Het duurt een eeuwigheid, maar dan zie ik in de verte onze auto staan. Godzijdank, een klein beetje vertrouwdheid in beeld. We storten neer op een matras, uitgeput en blij dat we het gehaald hebben. We zijn inmiddels meer dan 36 uur op, maar we krijgen geen rust. De chauffeur van de derde auto komt meteen op ons af en roept dat we moeten gaan. Hij heeft het over een rivier die kan vollopen omdat het in de bergen geregend heeft en dan zitten we wel een week vast. We geloven er geen bal van. Het liefst zouden we hier een uurtje of twee rusten en dan aan de lange tocht terug beginnen. Maar dat zit er niet in; onverantwoord, aangezien Jeroen en Simon moeten rijden.

Twijfelachtige eer

Thuis bij de gidsNa een lange rijdag waarin iedereen vecht tegen de slaap, zijn we terug in het koele Mekele. Een welkome douche spoelt al het woestijnzand en een beetje vermoeidheid van me af. Tijdens ons gezamenlijke diner proberen we te bevatten wat we in die paar dagen allemaal hebben meegemaakt. Volgens de gids zijn we de eerste groep ooit die de tocht in één keer heeft moeten voltooien; hopelijk zijn we ook de laatste. Het is gelukkig goed afgelopen maar het had zo maar kunnen omslaan in een survivalsituatie. Ik realiseer me in ieder geval weer eens heel goed dat je in zo’n keiharde omgeving geen enkel risico kunt nemen en hoe nietig we toch zijn. En dan, na dit bizarre, uitputtende, helse avontuur mag ik eindelijk gaan slapen.

Benieuwd naar de foto’s van Ethiopië?

11 reacties op “Verdwaald op de vulkaan Erta Ale

  1. Lieve Sonja en Jeroen,
    Het eerste wat in me opkomt na het lezen van dit ongelofelijke verhaal is: zien wij die twee ooit nog terug in Nederland? Wat zullen jullie angsten en moedeloze momenten hebben doorstaan.Wat een ervaring!!!
    En wat een eer om dit van jullie me te ogen maken. Prachtige foto’s zeg. Een nieuwsgierige vraag die in me opkomt? kunnen de banden van de auto deze hitte aan? Wat als je ook nog eens met autopech staat? Nee, ik denk dat ik dit soort risico’s toch niet aan zou durven. Geef mij maar een saai veilig leventje in mijn huisje op Waawlijkse grond. ha ha. Ik zit alvast klaar voor het volgende avontuur hoor. dikke kus Lianne xxx

  2. Wat een verhaal. Jullie zijn nu waarschijnlijk wel weer bijgekomen. Schitterende foto\’s.
    Goede reis richting huis…?
    hartelijke groet van ons beiden.

  3. Pfffff……
    Ik zit op het puntje van mijn stoel!
    Ben blij dat het allemaal goed is afgelopen!
    Wat een mooi verhaal. Je moet er iets voor over hebben he! 😉
    Xxx van ons, hamari

  4. Jeetje wat een mooi verhaal! Gelukkig wist ik van Ada dat je Ethiopië inmiddels verlaten had en er alleen maar iets te vertellen is als het goed afgelopen is….Maar wat een belevenis, mijn hart klopte in mijn keel hier thuis achter de computer!!
    Goeie reis verder en doe het voorlopig maar even rustig aan hè?? Haha!

  5. Zo dat was weer rete spannend. Wat een avontuur weer maar blij dat het allemaal goed is afgelopen. Vanuit een eveneens warm Marokko nog een goede reis naar vast weer een andervwarm en spannend land. Lieve groet van ons.

  6. Inderdaad, Tim heeft gelijk als´ie schrijft dat het als ´n thriller leest. Het is maar goed dat ik reeds was ´ingelicht´ over dit bizarre avontuur, ´je maakt ´t mee!` En toch wel ´n stukkie lava in je rugzak gestopt?! Zulke foto\’s zijn uniek! Goeie reis verder.

  7. Leuk om te lezen, gave foto’s van die vulkaan zeg. Hoop daar binnenkort een paar mooie afdrukken van te zien. Goede reis en tot gauw.

  8. Heftig avontuur! En fantastisch geschreven, leest weg als een thriller! Zou je iets mee moeten gaan doen…

  9. Wauw, wat een verhaal. Voor ons erg indrukwekkend om te lezen, we \’voelen\’ de hitte in jullie verhaal en de haast die geboden is voor een goede afloop. Geweldig geschreven.

  10. Truste!
    Lieve goedheid wát een avontuur weer. Gelukkig dit verhaal dat betekent dat alles weer goed gaat me jullie.Zó spannend als dit verhaal hoeft niet persé hoor. Het mag gerust wat gezapiger haha. Stelletje avonturiers.
    Ik hing aan je lippen buuf, spannend geschreven, maar goed het wás dan ook spannend.
    groetjes van ons

Comments are closed.